De Hamer

Ik loop een paar keer in de week hard. Voor de ontspanning. Even het hoofd leegmaken. Af en toe doe ik aan een lange-afstandloop mee. Niet voor een hoge notering, maar gewoon voor de lol. Meestal eindig ik in de middenmoot. Afgelopen zondag deed ik mee aan een 15 km loop. Het ging best aardig. Zo’n kilometer voor het einde kwam er opeens iemand naast me lopen. Het was geen deelnemer. Nee, deze loper zag eruit als een kantoorman: stropdas, pak en zwarte herenschoenen. Maar in plaats van een koffertje of aktetas hield hij een hamer in z’n hand. Hij grijnsde even naar mij, tikte me lichtjes aan met z’n hamer en was vervolgens weer even snel verdwenen als hij opgedoken was. Deze merkwaardige ontmoeting, die nog geen tien seconden had geduurd, had m’n ritme danig verstoord.
Ik probeerde weer in m’n loop te komen, maar dat lukte niet. Erger nog, ik begon steeds moeizamer te lopen. Ik kreeg last van steken in mijn zij, voelde m’n benen alsmaar zwaarder worden en begon meer en meer naar lucht te happen. Na een honderd meter sjokken en strompelen ging het niet meer. Ik hield stil en liet me langzaam aan de kant van de weg in het gras zakken. Ik zag sterretjes, voelde de inhoud van mijn maag omhoog komen en langzaam werd het zwart voor mijn ogen. En toen begreep ik het: ik was de man met de hamer tegengekomen.



















Alles wat hij vindt
heeft een eigen verhaal.
   
ACHTERUIT VOORUIT  
   
[Terug naar het Stadsjuttersarchief]