De Waakhond

"Ik heb je wel in de smiezen, hoor. Je denkt natuurlijk dat ik weinig zie met die dikke oogkleppen van me, maar dan heb je het goed mis. Ik zie alles haarscherp en ik hou jou goed in de gaten, want volgens mij heb jij niet veel goeds in de zin.
Eén stap dichterbij en mijn hoektanden slaan zich bijtvast in je kuiten. Nee, ik laat niet met me sollen. Behalve als je wat lekkers bij je hebt. En dan moet het wel héél lekker zijn. Dus geen hondebrokken of van die nepkluiven. Daar tuin ik mooi niet in. Voor minder als een biefstukkie doe ik het niet. En nou rap uit de voeten en laat me je hier niet meer zien".









Alles wat hij vindt
heeft een eigen verhaal.
   
ACHTERUIT VOORUIT  
   
[Terug naar het Stadsjuttersarchief]